Ik accepteer

Deze winkel maakt gebruik van cookies en andere technologieën zodat wij uw ervaring op onze sites kunnen verbeteren.

Sericaia: het Portugese dessert dat pas gelukt is als het barst

In de Alentejo wordt dit dessert niet uit de vorm gehaald, niet gladgestreken, niet bijgewerkt. Het komt gebarsten en gescheurd uit de oven, bijna mislukt — en net daaraan herken je een echte sericaia.

Ze komt aan alle kanten gebarsten uit de oven. De bovenkant is opengesprongen in brede bruine platen, de kaneel is in grillige lijnen gescheurd, en in de kloven schemert een bleke crème die nog natrilt. In elke andere Europese keuken zou dit een mislukking heten. In de Alentejo is het precies andersom: een gladde sericaia is een mislukte sericaia.

De sericaia — of sericá, afhankelijk van het dorp waar je het vraagt — is een van de grote doces conventuais van Portugal. Eieren, suiker, wat bloem, melk, veel kaneel: meer niet. Haar hele karakter zit in één gebaar en in de oven.

Een dessert dat je beoordeelt op zijn barsten

Het geheim zit niet in de ingrediëntenlijst, maar in de manier waarop de schaal gevuld wordt. Het beslag wordt niet gegoten: het wordt às colheradas desencontradas opgeschept, lepel voor lepel, bewust rommelig tegen elkaar aan gelegd, zonder de bovenkant ooit glad te strijken. Elke lepel wordt een koepeltje. Elk koepeltje rijst in de oven voor zichzelf.

De schaal is traditioneel van aardewerk, soms van tin. De kaneel gaat er als laatste overheen, vlak voor het bakken. Reken op ongeveer anderhalf uur in een houtoven. Het dessert rijst, zakt in, scheurt open, en het net van barsten dat dan verschijnt is geen ongelukje: het is de handtekening. Elke sericaia heeft er een andere, als een vingerafdruk.

Van Malakka naar de Alentejo, een onzekere route

Over de herkomst bestaat geen zekerheid, en misschien maakt dat het dessert net zo boeiend. Een receituário uit 1623 stelt dat het recept in 1562 uit het Oosten werd meegebracht door D. Constantino de Bragança, de zevende onderkoning van Portugees-Indië. De legende gaat nog verder en laat het uit Malakka komen. Andere sporen wijzen naar India of naar Brazilië, waar verwante bereidingen bestaan.

Wat wél vaststaat: kaneel belandt niet toevallig in een Zuid-Portugese keuken van de zestiende eeuw. Ze komt per schip, via de handelsposten, langs diezelfde route die het Portugese gebak zijn zo herkenbare smaak heeft gegeven. De sericaia draagt die geschiedenis in haar geur nog voor ze die in haar naam draagt.

Elvas of Vila Viçosa: twee kloosters, twee namen

Twee steden in de Alto Alentejo claimen het dessert, en die twist heeft een zichtbaar spoor nagelaten: het heeft twee namen. Men vertelt dat de sericaia ontstond in het Convento das Chagas in Vila Viçosa, en dat het bij de clarissen was dat kaneel aan het recept werd toegevoegd. De zusters van de kloosters van Elvas en Vila Viçosa zouden het in de achttiende eeuw over de hele streek verspreid hebben.

Wie van de twee steden gelijk heeft, doet er vandaag weinig toe. Zulke rivaliteit is de gewone motor van de Portugese patisserie: kloosters hadden eierdooiers in overvloed — het eiwit ging naar het klaren van wijn en het stijven van habijten — en elke gemeenschap bouwde haar recept op tegen dat van de buren.

De pruim die twee maanden nodig heeft

Een sericaia smaakt prima op zichzelf. Maar in Elvas serveert men er een ameixa d'Elvas bij, en dat duo is onafscheidelijk geworden. Het gaat niet om zomaar een pruim: de ameixa d'Elvas is een beschermde oorsprongsbenaming, voorbehouden aan het ras Rainha Cláudia Verde uit een afgebakend gebied van de Alto Alentejo.

De verwerking verloopt bijna onredelijk traag. De pruim wordt in het begin van de zomer geplukt, nog stevig, net aan het rijpen — rijp geplukt zou ze bij het eerste koken uit elkaar vallen. Ze wordt een kwartier in haar geheel gekookt en daarna in een suikersiroop gelegd die stap voor stap verder wordt ingedikt. Daar blijft ze minstens twee maanden in liggen. Met andere woorden: de pruimen die midden in de zomer geoogst worden, zijn pas op het einde van het seizoen klaar. Niets aan dit dessert gaat snel.

Wat de sericaia vertelt over de hele doçaria

Eierdooiers, suiker, kaneel, een oven en veel geduld: de sericaia spreekt exact dezelfde taal als de ovos moles uit Aveiro of als de arroz doce met kaneel die familiemaaltijden afsluit. Drie desserts, drie texturen, één herkomst: de kloosterkeukens en de bergen dooiers die daar overbleven.

Daarom herkent een Portugees een sericaia met de ogen dicht, alleen aan de geur. Warme kaneel op gebakken ei: dat is de geur van zondag.

En in Brussel?

De sericaia ligt niet in onze toonbank: het is een dessert van de schaal, van de tafel, van thuis, dat met de lepel wordt geserveerd en slecht tegen reizen kan. Maar haar hele familie ligt er wel. De torta de Azeitão, opgerold rond haar crème van eierdooiers, is de naaste nicht; de eitjes met kokos of amandel zijn de andere tak. In onze vier winkels in Brussel en Waals-Brabant — Tongerenstraat in Etterbeek, Stokkel, Ukkel en Waterloo — komt elke ochtend diezelfde kloosterzoetigheid uit de oven, met dezelfde kaneel en dezelfde dooiers.

En als u het thuis probeert: niet gladstrijken. Schep het op met de lepel, laat de oven zijn werk doen, en beoordeel het resultaat op zijn barsten.

Ontdek onze ambachtelijke gebakjes in onze winkels in Brussel of bestel online.

Nu bestellen Onze winkels
Laden…
Naar boven