De koffer van de terugreis: wat Portugese families in augustus meebrengen

Eind augustus speelt zich in veel Brusselse keukens hetzelfde tafereel af. Een open koffer op de tegels, een badkamerweegschaal ernaast, en iemand die gehurkt hardop opnieuw staat te rekenen. Optillen, neerzetten, een pot eruit, de pot er weer in, en uiteindelijk gaan er twee truien uit. Het is de laatste afweging van de vakantie, en ze gaat nooit over kleren.
Sinds de grote vertrekgolven van de jaren zestig leggen Portugese families dit traject in twee richtingen af: de zomer in Portugal, de rest van het jaar in België. De terugreis heeft haar eigen ritueel voortgebracht, en dat ritueel past helemaal in één te zware koffer.
De badkamerweegschaal
Wie het vliegtuig neemt, kent de rekensom uit het hoofd. Het toegestane gewicht is een budget, en dat budget wordt in eten uitgegeven. Kleren zijn de sluitpost: je keert terug met minder wasgoed dan je meenam, want de plaats wordt per gram onderhandeld.
Wie met de auto gaat, heeft meer marge en minder slaap. Twee dagen rijden vanuit de Minho of de Alentejo, een nacht ergens in Spanje of Zuid-Frankrijk, een koffer die tot tegen het dak gevuld is en een koelbox tussen de zetels geklemd. Die koelbox is het serieuze deel van de lading: hij beslist wat er levend aankomt.
In beide gevallen geldt dezelfde logica. Je brengt niet mee wat lekker is. Je brengt mee wat hier niet te vinden is en wat de reis zal doorstaan.
Wat de koffer kan dragen
De inhoud verschilt van familie tot familie, maar er is een vaste kern. Olijfolie, vaak van een producent die je bij zijn voornaam kent in plaats van bij zijn merk. Gemalen koffie, per gewicht gekocht. Blikjes sardines en tonijn, die in elke holte tussen de spullen passen. Kaas: schapenkaas van de Serra da Estrela als het seizoen het toelaat, kaas van de Azoren de rest van het jaar. Gerookte charcuterie, in papier gerold, dan in een zak, dan in een tweede zak.
En dan de suiker, in al haar houdbare vormen. Dichte kweeperengelei, in plakken gesneden. Potten doce, met daarbij de befaamde doce de gila, die draderige pompoenconfituur die de helft van het Portugese gebak vult. Amandelen uit de Algarve. Droge koekjes. Bolo de mel uit Madeira, die maanden goed blijft en met de hand wordt gebroken.
Het is geen toeval dat net die producten de reis overleven. Zout, suiker, olie, rook en droging zijn conserveringstechnieken vóór ze smaken zijn. Deze voorraadkast is eeuw na eeuw ontworpen om een winter zonder koeling door te komen. Een koffer tussen Lissabon en Brussel maakt haar niet bang.
Wat er niet doorkomt
Blijft al de rest. En dat is precies het beste deel.
De farturas van de dorpsfeesten, die lange geribbelde beignets die met een spuit in kokende olie worden getrokken, bestaan alleen op drie meter van de friteuse en gedurende tien minuten. Een pão de ló uit Ovar, uit de oven gehaald met een hart dat nog loopt, overleeft geen nacht op de snelweg. Gebak met eiercrème, breekbare dingen, bladerdeeg: niets daarvan past in een koffer.
De bica trouwens evenmin. Je kunt de koffie meebrengen, maar niet de toog, niet het dikke kopje, niet die dertig seconden rechtstaand naast een onbekende. Sommige dingen zijn geen producten: het zijn plaatsen.
De pastel de nata als schoolvoorbeeld
De pastel de nata vat het hele probleem samen. Hij bestaat uit twee materies die elkaar niet verdragen: bladerdeeg dat droog moet blijven om krokant te blijven, en een crème die niets liever doet dan haar vocht teruggeven. Zolang hij warm is, houdt de grens stand en kraakt het deeg. Enkele uren later heeft de uitwisseling plaatsgevonden: de crème is nog altijd goed, het deeg is soepel geworden. Het is niet helemaal hetzelfde gebakje meer.
Daarom heeft nooit één koffer een echte pastel de nata tot ten noorden van de Pyreneeën gebracht. De afstand wordt niet in kilometers gemeten maar in uren, en die rekening is op voorhand verloren. Omgekeerd reist de salame de chocolate uitstekend: geen oven, geen crème, een textuur die in de koelte alleen maar steviger wordt. Elke Portugese doce heeft zijn actieradius, en die staat in het recept geschreven.
De koffer in de andere richting
Eerlijk is eerlijk: het omgekeerde traject bestaat ook. In juli rijden dezelfde wagens naar beneden, geladen met Belgische chocolade, speculoos en koekjes voor de familie die daar gebleven is — dingen die aan de andere kant evenmin te vinden zijn. De koffer van het vertrek en de koffer van de terugkeer antwoorden elkaar, en niemand houdt de rekening bij.
September, en de koffer is leeg
Dan komt het moment waarop de laatste pot open is, de per gewicht gekochte koffie op is, en je eind september in Brussel zit met een heel precieze zin in iets wat je niet kunt vervoeren. Precies daar ligt ons vak.
Wij doen hier elke dag wat een koffer nooit zal kunnen: een pastel de nata uit de oven halen terwijl hij nog te heet is om met de volle hand vast te pakken. Het is de enige bekende manier om die tweeduizend kilometer korter te maken. U vindt ons in de Tongerenstraat in Etterbeek, in Stokkel, in Ukkel en in Waterloo — adressen en openingsuren op de pagina van onze winkels.
En als u net terug bent met een nog volle koffer: hou de doce de gila bij. Wij weten er wel raad mee.
Foto: Portugese kazen, waaronder de queijo Serra da Estrela. Hipersyl, Wikimedia Commons, licentie CC BY-SA 4.0.
Ontdek onze ambachtelijke gebakjes in onze winkels in Brussel of bestel online.
Nu bestellen Onze foodtruck voor uw evenementen Onze winkels







