Ik accepteer

Deze winkel maakt gebruik van cookies en andere technologieën zodat wij uw ervaring op onze sites kunnen verbeteren.

Portokali: de sinaasappel die van Athene tot Teheran naar Portugal heet

Vraag op een markt in Athene om een sinaasappel en je krijgt een portokali. In Istanboel een portakal. Van de ene kant van de oostelijke Middellandse Zee tot de andere draagt de vrucht nog altijd de naam van Portugal.

Je pelt hem met je duim en de schil prikt een beetje in je vingers. Er spat een druppel op, de geur is er nog voor de eerste hap. Niets zo gewoon als een sinaasappel. En toch: vraag er een op een markt in Athene en je krijgt een portokali. In Istanboel een portakal. In Boekarest een portocală. Van de ene kant van de oostelijke Middellandse Zee tot de andere, en tot in Iran, draagt deze vrucht uit Azië nog altijd de naam van een klein land aan de Atlantische Oceaan: Portugal.

Hoe komt een sinaasappel aan de naam van een koninkrijk? Daarvoor moeten we twee wegen terug volgen: die van de woorden en die van de schepen.

Een woord uit India

In Portugal zelf zegt niemand „Portugal” tegen een sinaasappel. Daar heet hij laranja, en dat woord heeft een lange reis achter de rug. Het komt van het Sanskriet nāraṅga, sinaasappelboom, en reisde via het Perzische nārang naar het Arabische nāranj. Daaruit groeiden het Spaanse naranja, het Portugese laranja en het Franse orange — dat onderweg zijn n verloor, omdat men die in verschillende talen aanzag voor het einde van het lidwoord ervoor.

De woordgeschiedenis vertelt eigenlijk al alles. De sinaasappel is niet in Europa geboren: hij komt uit Azië, uit een gebied tussen India en Zuidoost-Azië, en trok van taal tot taal naar het westen.

Eerst kwam de bittere sinaasappel

De eerste sinaasappelboom die zich in Europa vestigde, was niet die waar we vandaag in bijten. Het was de bittere sinaasappel, de pomerans. De Arabieren brachten hem in de negende eeuw naar Sicilië, en naar het Iberisch Schiereiland, waar ze ook citroen en limoen plantten. In Portugal verspreidden de bomen zich stilaan van de Minho tot de Douro, rond Coimbra, Lissabon en Setúbal, in de Alentejo, de Algarve en tot op de Azoren — in boomgaarden, maar ook in kloostertuinen en de tuinen van grote huizen.

Die sinaasappel at je niet zomaar rauw. Men kweekte hem om iets anders: schil, bladeren en bloesem leverden etherische olie en oranjebloesemwater op, en van de bloesem maakte men zoetigheden die toen eerder bij de geneesmiddelen hoorden. Omdat hij zo sterk was, diende hij ook als onderstam. De sinaasappelboom hoorde toen evenveel bij de apotheker als bij de boomgaard.

Dan komt de zoete sinaasappel over zee

Alles verandert wanneer de zoete variant aan land komt. Rond de Middellandse Zee was die onbekend tot het einde van de vijftiende of het begin van de zestiende eeuw, toen Italiaanse en Portugese kooplieden er sinaasappelbomen naartoe brachten. Het is de tijd van de grote zeereizen: Portugese schepen varen van Lissabon naar India, en later naar China. De gemeente Silves in de Algarve vat het samen in één zin: de zoete sinaasappel werd pas in de zestiende eeuw in Europa ingevoerd, door Portugese handelaars. Over de precieze route — via India of via China — zijn historici het nog niet eens, en in de eeuwen daarna bleven er nieuwe Chinese variëteiten in Portugal aankomen.

Langs dezelfde routes waren de Portugezen ook een andere kostbare schors op het spoor gekomen — we vertelden eerder hoe ze de kaneel van Ceylon vonden. Deze keer at je de schat vers, en hij groeide uitstekend onder de Portugese zon.

Het succes kwam snel. Rond het midden van de zeventiende eeuw was de zoete sinaasappel in heel Europa bekend. Botanici raakten erdoor geboeid: de Italiaan Giovanni Battista Ferrari in 1646, later de Fransman Joseph Pitton de Tournefort in 1694, onderscheidden een „sinaasappel van Lissabon”. Niet iedereen was overtuigd: in 1702 vond de arts Louis Lémery de bittere sinaasappel nog altijd beter, en verdacht hij de zoete ervan de maag te verzwakken.

Van Athene tot Teheran zegt men „Portugal”

Voor de havens van de oostelijke Middellandse Zee kwamen die zoete vruchten van een heel precieze plek: het waren sinaasappels „uit Portugal”. De naam bleef aan de vrucht kleven en is er nooit meer afgegaan. Vandaag vind je hem nog terug in een tiental talen:

  • in het Grieks, portokali;
  • in het Turks, portakal, en in het Azerbeidzjaans, portağal;
  • in het Roemeens, portocală;
  • in het Bulgaars en het Macedonisch, portokal, in het Albanees, portokall;
  • in het Georgisch, p'ort'okhali;
  • in het Arabisch, burtuqāl, en in het Perzisch, porteghâl.

Zelfs in Italië zeiden sommige dialecten portogallo tegen een sinaasappel. Er zit een mooie ironie in: het Arabische woord nāranj bracht de bittere sinaasappel naar Europa, en een ander Arabisch woord, burtuqāl, noemt vandaag de zoete — als eerbetoon aan het land dat hem liet reizen.

En in Brussel: een appel uit China

Verder naar het noorden koos men een ander adres. Daar onthield men niet het land van de zeelieden, maar het land waar de vrucht vandaan kwam. In het Nederlands is een sinaasappel letterlijk een „appel uit China”; in Vlaanderen zeggen we graag appelsien. In het Duits is het een Apfelsine, in het Zweeds een apelsin. Ook het Frans sprak ooit van pomme de Chine.

Zo kan een en dezelfde vrucht in Brussel van naam veranderen als ze de straat oversteekt: orange aan de ene kant, appelsien aan de andere. Beide woorden vertellen hetzelfde verhaal, gezien vanaf de twee uiteinden van de reis.

Als de sinaasappel in het deeg belandt

In Portugal, het land van eieren en suiker, vond de sinaasappel vanzelf zijn plek in het gebak. Sap en schil brengen deeg vol eidooiers tot leven en breken de zoetheid van de siroop. De torta de laranja is daar het geliefdste voorbeeld van: een dun, goudgeel, heerlijk geurend deeg dat als een lang lint wordt opgerold. Een citrusnicht van de torta de Azeitão, de andere beroemde rol van het land.

Een stukje van die reis, in Brussel

Bij Wooly zit dit verhaal in onze sinaasappelrol, de torta de laranja op zijn Portugees, gemaakt met verse sinaasappels. Je vindt hem in onze winkels in Brussel en omgeving — in de Tongerenstraat in Etterbeek, in Stokkel, Ukkel en Waterloo — naast de pastéis de nata van de ochtend.

Denk er de volgende keer aan wanneer je een sinaasappel pelt: ergens tussen Athene en Teheran pelt iemand op dat moment een klein stukje Portugal.

Foto: Wooly Pâtisserie. Bronnen: Universiteit van Coimbra (project ReSEED, „Oranges from Portugal”); Município de Silves, „História da laranja”.

Ontdek onze ambachtelijke gebakjes in onze winkels in Brussel of bestel online.

Nu bestellen Onze foodtruck voor uw evenementen Onze winkels
Laden…
Naar boven